Kata
Ohtsuka sensei onderwees oorspronkelijk slechts negen kata: de vijf Pinan kata, Naihanchi, Kushanku, Seishan en Tchinto. Later werd het basis-kata Kihon no kata voor de beginners toegevoegd. Tenslotte werden ook de kata Bassai, Wanshu, Niseishi, Jion, Rohai en Jitte sporadisch onderwezen. Wanneer de negen kata beheerst worden is het voor de verdere ontwikkeling raadzaam ook andere kata te bestuderen.

De kata vormen een belangrijk stuk techniek en theorie binnen het Wado ryu Karate-do. Een belangrijk principe in de kata is het ontwijken van de aanval. Ohtsuka sensei heeft uit het Kenjutsu (zwaardkunst) het principe van San-mi-ittai in het Wado ryu opgenomen.

San-mi-ittai volgens H. Ohtsuka II Shihan:
San mi ittai
betekent: drie in één. De volgende aspecten worden onderscheiden:
1. Ten i: het veranderen van de positie.
2. Ten tai: het 'veranderen van de lichaamsbeweging', verplaatsen van het lichaam door heupdraaiing en gewichtsverplaatsing.
3. Ten gi: verandering van de techniek. De correcte uitvoering van de techniek met het meeste effect.

De zes principes van kata: kata no roku gen soku, volgens T.Suzuki Hanshi.

I ki ta kata: Kata moet 'levend' zijn en uitgevoerd worden met gevoel. Het is essentieel om je de aanvallers voor te stellen wanneer je kata traint. Het moet duidelijk zijn waar de technieken voor dienen, dan krijgt de kata gevechtswaarde. Anders is kata slechts een dans, mooi om naar te kijken, maar de inhoud wordt niet gekend.
I nen: er moet sprake zijn van 'spirit'. Energie, kracht en geest worden gebundeld in één punt en één kort moment. We spreken dan van 'kime' of focus.

Chikara no kyojaku: de kracht van sterk en zwak, hard en zacht, spanning en ontspanning (=go-ju). Bij de uitvoering van technieken is de juiste afwisseling van spanning-ontspanning, hard-zacht essentieel omdat het ene niet kan bestaan zonder het andere.
Waza no kan kyu
: de timing van snel en langzaam. Er moet afwisseling zijn in snelheid. Er moet verschil zijn tussen momenten van actie en momenten van geen actie. Bijvoorbeeld langzaam bijsluiten en dan weer explosief verdedigen, aanvallen en combineren. Op die manier ontstaan het ritme (hyoshi) en het karakter van de kata en het gevoel van een gevecht.
Ki soko no don to: het ademhalings-ritme, de juiste wijze van in en uitademen. Gebruik de ademhaling goed, bijvoorbeeld uitademen bij het maken van een aanval en inademen op een rustpunt. Verzamel kracht en energie in de 'Tanden', het energie-centrum in de onderbuik.
Baransu: Dit woord is afgeleid van het engelse 'balance'. Balans is in elke oefening belangrijk. Om een techniek effectief te maken moet deze uitgevoerd worden vanuit de juiste lichamelijke balans. Het lichaam staat het ene moment als ware het aan de grond geworteld, is dan weer snel in beweging. daarbij is het continu in balans. Sommige technieken uit kata hebben voornamelijk het ontwikkelen van balans ten doel.
 
Sfeer: Om het juiste gevoel in een kata te leggen, of om de juiste sfeer, of het bewegingskarakter te begrijpen en te treffen, kunnen de betekenis, geschiedenis en afkomst, maar ook (symbolische) verhalen met betrekking op de kata, erg van nut zijn. Zo is er een Tai Chi oefening welke naar men zegt ooit op een koningsgraf geoefend moet worden om de juiste sfeer in de oefening te ervaren. Ook Karate-do kata kennen in de naamgeving soms dergelijke verwijzingen. Bijvoorbeeld: Jion of 'tempelgrond', Jitte of (zo sterk als) 'tien handen', Hangetsu of 'halve maan', Enpi of 'vlucht van de zwaluw' (zeer beweeglijk snel op en neer en heen en weer), Hotaku of 'specht' (naar de stekende vingers), Unsu of 'het scheiden van de wolken' (waarna er slagen als bliksemflitsen uit neerdalen), Niseishi of 'vierentwintig' (= aantal zelfverdedigingshandelingen) enzovoorts. Kata 'lopen' op een gewijde plaats, of bijvoorbeeld een mooie plek in de natuur, op een bijzonder tijdstip of tijdens uitzonderlijk weer, levert vaak een bijzonder gevoel van energie op, dat men weer oproept tijdens de normale training in de dojo.

Tenslotte: Het gaat er bij de uitvoering van kata niet om of men de volgorde van een vorm weet, dat is als uitgangspunt namelijk vanzelfsprekend, maar of men de technieken die in de basis geleerd zijn in samenhang met andere technieken op een natuurlijke, enigszins vloeiende, effectieve manier kan uitvoeren, zonder de vorm van de individuele basistechnieken te verliezen. De kata-vorm en de vorm van de basistechnieken waaruit deze vorm is opgebouwd dienen te voldoen aan algemene Karate-do kenmerken én aan specifieke stijlkenmerken. Dat geeft nog wel eens problemen omdat sommige leraren in meer of mindere mate een persoonlijke 'stijl' als norm hanteren en doorgeven aan hun leerlingen. Bezwaar hiertegen is dat met het verliezen van de stijlkenmerken ook de effectiviteit van de principes van de stijl verloren dreigt te gaan. Zo ontstaat het gevaar dat het Karate-do aan effectiviteit inboet.